Vlaamse Scriptieprijs

(Zellik 30-01-09) Een eindwerk schrijven. Het kost vaak bloed, zweet, tranen en een flink aantal nachtelijke overuren. Om de pil te verzachten, kroop docente Leen Pollefliet in haar pen en schreef een uniek en praktisch schrijfgids voor iedereen die een groot verslag, masterproef, bachelorproef, onderzoeksrapport of afstudeerwerk moet schrijven. Scriptie vzw was alvast nieuwsgierig en zocht de auteur op voor een gesprek.

Hoe ben je op het idee gekomen om deze ‘scriptiegids’ neer te pennen?

Twintig jaar geleden begon ik les te geven aan studenten Industrieel Ingenieur. Toen gaf ik Duits en Engels aan de eerstejaarsstudenten. Tien jaar later - in 1998 - begon ik ook Presentatietechnieken te geven aan de laatstejaars. Zo kwam ik in contact met deze bijna-afgestudeerden die een jaar lang aan het ploeteren waren aan hun ‘eindwerk’.
Ikzelf had eigenlijk geen taak of opdracht daaromtrent. Maar, ja, studenten kwamen al gauw met mij praten en ik begreep snel dat het voor deze studenten niet evident was om een goed eindwerk te schrijven. Inhoudelijk en technisch werden ze vaak wel (goed) begeleid maar dan kwam dat ‘schrijfmoment’ waarop de promotor zei: “Begin nu maar te schrijven”. Daarop reageerden de meeste studenten ontredderd: “Maar hoe beginnen we daar nu aan?” De meeste promotoren gaven dan enkele eindwerken van de vorige jaren mee en daar moesten de studenten het dan mee doen. Heel vaak kregen studenten eindwerken in hun handen die misschien wel inhoudelijk sterk waren,  maar die vormelijk laag scoorden. Dan krijg je als student tien verschillende eindwerken voorgeschoteld die dan allemaal als voorbeeld moesten dienen. De ene met Woord vooraf, de andere met Inleiding. Bij de ene was een inleiding tien pagina’s, bij de andere halve pagina. Bronvermelding gebeurde lukraak en zeer verschillend. Om een lang verhaal kort te maken: studenten hadden geen houvast.

Dus, je merkte dat studenten geen houvast hadden. Wat heb je dan concreet ondernomen?

Daarop begon ik eindwerken van studenten in te kijken en merkte ik dat de teksten vaak slordig en oppervlakkig waren, geen structuur vertoonden en ontsierd werden door pijnlijke dt-fouten en andere taalslordigheden. Dat begreep ik ook wel: niet elke student is een geboren schrijver of is geïnteresseerd in taal en vorm. ‘Toch enkel de inhoud telt”, menen studenten vaak verkeerdelijk. Dus, ik zou een handleiding schrijven. Eerst vroeg ik aan promotoren aan welke fouten ze zich steeds weer bleven storen. Op basis van hun opmerkingen en op basis van literatuur schreef ik in 1998 de eerste handleiding, “Je eindwerk op een correcte, aanvaardbare en aantrekkelijke manier”. Elke jaar groeide deze handleiding. Steeds weer hoorde ik van mijn studenten dat ze erg veel steun hadden aan het werk en dat ze veel tijd en energie hadden gewonnen omdat ze dadelijk praktische richtlijnen hadden. Dus zij hoefden die niet zelf op te zoeken. Nu, het is wel zo dat de promotoren soms hun eigen bundeltje met richtlijnen opstellen. Maar deze bundel blijft vaak beperkt en spreekt vaak de bundel van zijn/haar collega tegen. Dat schept ook maar weer verwarring voor de student-schrijver!

En deze handleiding kregen jouw studenten in handen? Of ook andere studenten van andere scholen?

Hoewel ik mijn handleiding enkel aan mijn studenten voorstelde, kreeg ik prompt vragen van studenten van andere hogescholen en zelfs universiteiten die van de handleiding hadden gehoord en die dan – achter de rug om van hun promotor – de handleiding gebruikten omdat deze de enige echte steun en hulp was, wat vormgeving betreft. Zo kwam vorig jaar een onbekende studente naar mij op de proclamatie van onze afgestudeerde masters en bedankte me voor de handleiding die ze van haar vriend had gebruikt. Tijdens het volledige schrijfproces van haar eindwerk aan de universiteit heeft ze zich gebaseerd op deze handleiding want in haar opleiding kreeg ze helemaal geen begeleiding hieromtrent.

Vanaf wanneer werd die cursus een boek?

Toen ik in september 2008 van Hogeschool West-Vlaanderen de vraag kreeg om uitlegsessies over de handleiding te geven, besefte ik dat er een grote nood is aan deze praktische gids.

Is het boek nu de cursus met een andere cover?

Neen, de handleiding heb ik omgevormd tot een echt handboek. De cursus van oorspronkelijk 100 pagina’s is uiteindelijk een handboek van 225 pagina’s geworden. Mijn doelgroep was immers uitgebreid. Nu wou ik tips verzamelen die niet enkel voor mijn bachelor- en masterstudenten Toegepaste Ingenieurstechnieken nuttig en praktisch zouden zijn.

Wat maakt dit boek zo anders dan de andere handboeken die in de boekhandels te vinden zijn?

Ik meen dat er op onze Nederlandstalige markt geen handboek bestaat over het schrijven van een eindwerk (project/ eindproject/ afstudeerwerk/ bachelorproef/ masterproef) dat zo volledig is en zo praktisch als dit nieuwe boek. Echt waar! Aangezien er geen echte norm is - Belgisch Instituut voor Normalisatie heeft bijvoorbeeld geen NBN-norm opgesteld – hoop ik dat dit werk een soort standaardwerk wordt waaraan zowel studenten als docenten een houvast hebben.

Mijn interesse voor taal en communicatie loopt als een rode draad door het werk. Het deel van mijn cursus Communicatie dat betrekking heeft op schrijven van verslagen werd eraan toegevoegd. Eerst worden tips gegeven over hoe je echt moet beginnen schrijven (als je daar met zo’n angstaanjagend mooi wit blad voor je neus staat). Vervolgens worden de verschillende onderdelen van een eindwerk uitgediept. Bijna veertig pagina’s in het boek zijn gewijd aan auteursrechten, plagiaat, bronvermelding, literatuurlijst omdat dit zeer heikele thema’s zijn. In het boek baseer ik me op de APA-richtlijnen. Dit is de refereerstijl opgesteld door American Psychological Association die door de meeste auteurs wordt gebruikt: de auteur-jaartal-vermelding. Het boek staat bol van voorbeelden (refereren aan boek, artikel in boek, artikel in tijdschrift, wet, decreet, meerdere auteurs, instelling, e-mail, artikels op internet met auteur, zonder auteur, met jaartal, zonder jaartal, kranten, websites, cd-rom, figuren en tabellen enzovoort…) en dat maakt het voor elke student ook erg toegankelijk. Daarna wordt de student aangeleerd hoe hij zijn ideeën moet gaan formuleren op een goede taalkundige manier. Vervolgens leert de student zijn ideeën structureren aan de hand van onder andere titels, alinea’s, koppen, opsommingen. Het volgende hoofdstuk geeft enkele richtlijnen voor een goede, aantrekkelijke vormgeving: welk lettertype het beste is, hoe iets kan worden benadrukt, uitlijning, witregels, spaties na tekens, symbolen…. Het laatste hoofdstuk verzamelt dan commentaren van lezers-promotoren die in feite de basis vormen voor de inhoud van dit werk. Tot slot is er een bijlage over taal met vaak voorkomende taal- en spellingsfouten. Hier worden thema’s behandeld die vaak voor problemen zorgen in rapporten, scripties…. Het is dus geen gewone spellingsbrochure. En, last but not least.. de schitterende tekeningen van Herr Seele zullen van dit werk een echt hebbeding maken, denk ik.

Voor welke studenten is deze gids geschikt?

Ik meen voor alle studenten die een groot verslag, een eindwerk .. schrijven. Zowel studenten uit wetenschappelijke en technische richtingen, geschiedenis, rechten … kunnen veel opsteken uit dit werk omdat het boek veelzijdig is opgesteld. Maar alles kan altijd beter. Er kunnen nog meer voorbeelden van diverse opleidingen worden opgenomen. En, ook dit werk zal weer groeien en zich aanpassen aan de schoolomgeving die steeds meer verandert. Daarom heb ik een e-mailadres (eeneindwerkschrijven@telenet.be) waarop alle lezers (studenten en docenten) mij steeds hun opmerkingen kunnen doorsturen.

Dus niet enkel studenten maar ook docenten kunnen dit handboek gebruiken?

Ja, ik denk het wel en ik hoop het ook. In de Inleiding van het boek schrijft Eva Brems het volgende: “Het is niet omdat je zelf goed onderzoeksrapporten en artikels kan schrijven, dat je ook in staat bent om studenten diets te maken hoe zij dat moeten doen. Ik vind het begeleiden van papers, masterproeven en doctoraatsproefschriften één van de moeilijkste aspecten van mijn job. Als ik oordeel dat een tekst ‘niet helder’ is, slaag ik er vervolgens niet per se in om de auteur ervan helder uit te leggen hoe hij of zij dat kan rechttrekken. Dit boek is dan ook niet alleen voor studenten een handige leidraad. Het is tevens een zegen voor de lesgevers in het hoger onderwijs die schriftelijke werkstukken begeleiden!”

‘Hoe begin je te schrijven als je geen schrijverstalent hebt?’ staat in je woord vooraf. Ben je ervan overtuigd dat iedereen de drempel tot schrijven kan overwinnen?

Ja en neen, het is niet voor iedereen evident. De ene is vaardiger met de pen, kan zonder probleem een kaartje vanuit Spanje volschrijven met de meest lyrische ontboezemingen of met spirituele hersenkronkels. De andere zit minutenlang op dat witte vlak te staren en schrijft dan uiteindelijk ‘Zonnige groeten vanuit Spanje’! Maar toch kan je schrijven leren. Als je enkele stappen volgt, je gedachten en ideeën plaatst in een schema en  je dat schema blijft volgen, ben je al goed op weg. Ik leer ook mijn studenten om gewoon te beginnen schrijven, zelfs de gemakkelijkste stukjes eerst. Op die manier krijg je zelfvertrouwen en ben je bezig. Schrijven kan je echt leren en oefenen.

Hoe lang heb je aan het boek gewerkt?

Toen ik van de uitgever en zijn assistente van Academia Press te horen kreeg dat ze erg enthousiast waren om dit boek uit geven, dacht ik dat ik de klus wel op een maand – tussen mijn lesopdrachten door, ’s avond en in het weekend - zou kunnen klaren omdat ik de inhoud reeds op papier had en de inhoud onder de knie. Ik wou enkel de tekst uitbreiden en toegankelijker maken voor niet-ingenieursstudenten. Daarbij heb ik veel ervaring met cursussen schrijven. Ik had een jaar eerder mijn nieuwe cursus Communicatie – die 750 pagina’s telt - afgewerkt. Maar, een cursus is geen boek! Dat heb ik alvast bijgeleerd. De afgelopen vijf maand heb ik voortdurend aan het boek gewerkt. Wekenlang heb ik twaalf uur per dag gewerkt. Elk weekend stond in ‘de ban van het boek’. Aanvankelijk heb ik de inhoud degelijk aangepast en uitgebreid maar het is toch vooral de opmaak die voor vele nachtelijke werkuren heeft gezorgd. En, eerlijk gezegd, ik vind dat de uitgeverij Academia Press prachtig werk heeft geleverd. Ze lieten me erg vrij maar dat betekent ook dat ze zich erg hebben moeten aanpassen (aan de kleurtjes, opbouw, tekeningen, bladspiegel). Ook wat de opmaak betreft, heb ik de lat nogal hoog gelegd en ik ben Peter Leroy en Marijke Vansteenkiste van Academia Press erg dankbaar dat ze me de kans en de ruimte hebben gegeven om het boek af te werken op de manier zoals ik en Herr Seele het hebben gewild.

Hoe ben je bij Herr Seele terecht gekomen en hoe verliep de samenwerking?

Mijn man had het idee om de nogal droge kost voor studenten luchtiger te maken door enkele illustraties. Dadelijk dachten we aan Herr Seele, onze overbuur. We kennen Herr Seele als een sympathieke praatgrage buur met veel tekentalent en humor. Hij was zeer enthousiast en de uitgeverij ook. Dus, Herr Seele is dan meerdere keren bij ons thuis geweest, liet me praten over de inhoud van het boek en spontaan stroomden er schitterende tekeningen uit zijn penseel. Het waren gezellige momenten waar thee, wijn en zoetigheden voor veel inspiratie zorgden. Vaak tot diep in de nacht … Hij was zo gedreven en kon maar niet stoppen met tekenen. Keer op keer stond ik verbaasd met welke vaardigheid hij abstracte thema’s zoals ‘ideeën structuren’, ‘bronvermelding’, ‘vervoegingen’, ‘onderdelen van een eindwerk’ zomaar illustreerde. Eerder had ik een foto van mijn oudste dochter genomen die aan de pc aan het schrijven was. Herr Seele zag die foto en in één, twee, drie stond de cover op papier. Wij vonden die dadelijk zo goed dat we ervoor kozen. Daarop heeft hij dan samen met Ines Schweiger de tekeningen ingekleurd. Ook erg geslaagd, vinden we. Maar, Herr Seele heeft meer gedaan dan de illustraties alleen. Hij heeft ook samen met mij en Marijke van de uitgeverij de opmaak bepaald, de kleurtjes, de plaatsing van de tekeningen, de zetting van de beginhoofdstukken. Mijn eerbied voor hem is nog meer toegenomen: hij is een ongelooflijk vaardig tekenaar met een sterke inhoud en met professionele voeling voor opmaak. Ik vind het ook een fijne en originele combinatie, Herr Seele en de academische wereld.

Heb je zelf een scriptie geschreven? Waarover ging ze? En als je er nu op terugkijkt, had je jouw eigen studiegids dan kunnen gebruiken?

Ikzelf heb mijn scriptie geschreven over Duitse literatuur, de analyse en interpretatie van een -op dat moment in Duitsland- razendpopulaire sprookjesroman van Michael Ende bij professor Jaak Devos, Universiteit Gent. Het schrijven van die scriptie vond ik het absolute hoogtepunt van mijn studies. Ik vond het echt heerlijk! In die tijd werd er minder belang gehecht aan de vormgeving. Er is veel veranderd op meer dan 20 jaar natuurlijk! Ik schreef erg graag en gemakkelijk. Spontaan stelde ik schrijfschema’s op. Toch heb ik veel zitten piekeren over die bronvermelding. De vormgeving zou ook beter en academischer zijn geweest. In elk geval zou de afwerking sneller en mooier zijn geweest. Had ik toen mijn nieuwe boek maar kunnen gebruiken!