Inleiding Jean Paul Van Bendegem

Van filosofen, wetenschappers en kunstenaars ...

Een eindwerk schrijven - do's & don'ts

Van filosofen – en de auteur van deze inleiding is er zelf een, met de zwakke uitvlucht dat hij in een vorig leven ook wiskundige was – wordt vaak beweerd dat ze wat wereldvreemd zijn. Steeds weer wordt het verhaal van Thales van Milete opgediend die zodanig in beslag werd genomen door zijn bestuderen van het uitspansel, dat hij de put niet had gezien waarin hij verdween. Er wordt met veel plezier aan toegevoegd dat een jeugdig, fris, vrolijk meisje aan de rand van de put smakelijk stond te lachen om zoveel dommigheid. Een onnozel verhaal? Een belediging voor filosofen? En bovenal waarom begin ik over dit onderwerp in een inleiding van een handboek voor het leren schrijven van een verslag of rapport?

Filosofen – net zoals wetenschappers en kunstenaars – houden zich graag bezig met grote of grootse ideeën. En dat is maar goed ook. Niet alleen omdat iemand het moet doen, maar ook omdat het zo belangrijk is als het lukt. Wie er als ethicus of als politiek filosoof in slaagt een degelijke theorie van rechtvaardigheid uit te werken, heeft meteen een enorm domein bestreken. Maatschappijen, hoe divers ook, kunnen met elkaar worden vergeleken vanuit deze theorie. Maar er hangt een prijskaartje aan vast, ééntje dat niet gering is. Men moet zich - het kan niet anders - vrij algemeen uitdrukken. Men kan geen specifiek taalgebruik hanteren want dan verdwijnt precies het overzicht. Het is - ik moet het eerlijk toegeven - een van de aantrekkelijkheden van de filosofie om jou zo straffeloos te mogen onttrekken aan de kleine details van het dagelijks leven. Ondertussen vermoed ik dat het nog steeds niet duidelijk is wat deze tekst hier staat te doen. Nochtans, het is vrij eenvoudig.

Hoe groots het idee of de theorie ook moge zijn, er moet een moment komen dat de theorie moet kunnen worden toegepast. Dat wil zeggen dat er nu wel naar een concrete situatie moet worden gekeken en een doorvertaling tot stand moet komen. Laat dit nu een opdracht zijn die zeker de grote en grootse denkers gruwelijk onderschatten. Zegt men niet - al te gemakkelijk - ‘toepassen is toch maar details invullen’. Dat is het heel zeker niet. Door de details gaan dingen aan het schuiven, duiken er nieuwe verbanden op, moeten zaken worden herzien, enzovoort. Bovendien - omdat de opdracht zo onderschat wordt - menen velen dat dit beneden hun waardigheid is. Om even wat bijbels te worden, zij dwalen!

Iemand die niet dwaalt en zeer goed weet hoe moeilijk deze taak is en er toch in geslaagd is die tot een schitterend einde te brengen, is de auteur van dit boek, Leen Pollefliet. Ideeën hebben is een zaak, ze tot uitdrukking brengen in een vorm die toegankelijk, duidelijk, begrijpelijk - wie weet zelfs overtuigend - kan zijn, is iets helemaal anders. Dit vraagt oefening en een goede praktijk. En praktijken laten zich leren en dat is precies wat dit boek beoogt. Weinigen realiseren zich hoe belangrijk het kan zijn om een betoog in zo’n vorm te gieten dat de argumenten een samenhang vertonen, dat de opbouw duidelijk en transparant is en dat tekorten gemakkelijker zichtbaar worden zodat ze even gemakkelijk kunnen worden verholpen.

Van ‘helder in het hoofd’ tot ‘helder op papier’ is een lange weg en zonder een betrouwbare gids met ongelofelijk veel aandacht voor detail, is het een zattemansgang waarvan het eindpunt doorgaans de goot is. Kort en bondig, dit boek is zo’n gids.

Bij het herlezen van deze inleiding heb ik mij gerealiseerd dat ikzelf zowat alle regels heb overtreden van het heldere betoog. De conclusie verzwijg ik tot op het einde en dan sluit ik nog af met een bedenking die je nu aan het lezen bent en die de hele zaak in vraag stelt. Maar, weet je, een van de redenen waarom ik dit kan doen, is precies omdat ik heb geleerd hoe een stevig, goed gemonteerd betoog dient te worden opgebouwd . Eenmaal je dat weet - maar niet eerder - kan je variëren op het thema.

De kwestie is natuurlijk wel of het waar is dat ik het effectief heb geleerd. Wat er mij doet aan denken … heb ik al vermeld dat - binnen de filosofie - de logica een van mijn specialiteiten is, vooral het onderzoek naar manke en paradoxale redeneringen?

Jean Paul Van Bendegem - Vrije Universiteit Brussel