Inleiding Eva Brems

Partner, wijn en eindwerk

Een eindwerk schrijven - do's & don'ts

Vorm en inhoud gaan hand in hand, dat blijkt overal. Denk maar aan het Romeinse gezegde ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. En in veel gevallen laten we onze voorkeur of appreciatie meer beïnvloeden door de verpakking dan door de inhoud. Als we een partner kiezen bijvoorbeeld. Of een fles wijn in de supermarkt.

Ook wanneer docenten een examen of eindwerk beoordelen, evalueren we - noodgedwongen - in de eerste plaats de vorm. We willen er van af dat studenten een tekst studeren in plaats van een materie of vakgebied, maar we kunnen er niet onderuit om de evaluatie te doen aan de hand van een tekst. Bij gebrek aan rechtstreekse toegang tot het brein van de studenten om de daar al dan niet geaccumuleerde kennis en inzichten te toetsen, moeten we het stellen met de schriftelijke expressie daarvan.

Daar treden onvermijdelijk vertekeningen op. Wie iets goed kan uitleggen zonder het helemaal te snappen, zal mogelijk betere resultaten behalen dan wie de materie grondig beheerst maar zich niet kan uitdrukken. Zo is het ook in het professionele leven: wie correct en helder communiceert in brieven, rapporten, memo’s en dergelijke, zal gemakkelijker aan een job geraken, en binnen die job meer waardering en kansen krijgen.

De ene discipline is al ‘taliger’ dan de andere – in het recht bijvoorbeeld is een taalfout vaak ook een juridische fout – maar allemaal hebben ze een jargon dat je moet beheersen. En voor allemaal geldt dat wie de inhoud van zijn hoofd niet op papier krijgt, een ernstige handicap heeft.

De schriftelijke proeven in het hoger onderwijs bieden de gelegenheid om studenten deze vitale vaardigheden bij te brengen. Maar in de praktijk botsen we daar vaak op een andere handicap: die van de docenten. Het is namelijk niet omdat je zelf goed onderzoeksrapporten en artikels kan schrijven, dat je ook in staat bent om studenten diets te maken hoe zij dat moeten doen. Ik vind het begeleiden van papers, masterproeven en doctoraatsproefschriften één van de moeilijkste aspecten van mijn job. Als ik oordeel dat een tekst ‘niet helder’ is, slaag ik er vervolgens niet per se in om de auteur ervan helder uit te leggen hoe hij of zij dat kan rechttrekken.

Dit boek is dan ook niet alleen voor studenten een handige leidraad. Het is tevens een zegen voor de lesgevers in het hoger onderwijs die schriftelijke werkstukken begeleiden!

Eva Brems - Universiteit Gent