Guido-Gids

Docente Leen Pollefliet ging als kersverse germaniste aankloppen bij commerciële bureaus, maar niet zo veel later keerde ze terug naar de schoolbanken en ondertussen geeft ze al 23 jaar les in communicatie aan masterstudenten van de geassocieerde faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen van de Hogeschool Gent. Het eindwerk schrijven noemt ze de leukste periode uit haar eigen studententijd, maar ze beseft dat dat bij heel wat studenten vandaag niet het geval is en daarom bundelde ze haar krachten, letterlijk en figuurlijk.

GUIDO: Zagen de eindwerken die jij in handen kreeg er zo slecht uit misschien?

Leen: Nee hoor (lacht). Een tiental jaar geleden merkte ik op dat veel studenten hun hart kwamen luchten over de moeilijkheden die ze hadden bij hun eindwerk. Hun promotoren begeleidden hen wel behoorlijk op inhoudelijk vlak, dat was het probleem niet, maar eenmaal ze moesten beginnen schrijven, werden velen aan hun lot overgelaten. Zo kwam ik op het idee om een handleiding uit te brengen die hen stap voor stap zou helpen bij het opstellen van de thesis. Allereerst heb ik de promotoren gevraagd welke fouten studenten jaarlijks opnieuw maken. Zo vernam ik dat studenten bijvoorbeeld vaak te laat begonnen te schrijven, een foute stijl hanteerden, slordig met taal omgingen, de lay-out niet verzorgden en geregeld de bron vergaten te vermelden. Ik bundelde de meest voorkomende struikelblokken, gaf suggesties voor verbetering en verspreidde die publicatie onder de studenten, vanaf 1998 al. Toen ik merkte dat deze handleiding heel vlot werd doorgespeeld naar studenten van andere scholen, besloot ik in oktober 2008 naar een uitgeverij te stappen om van die handleiding een handboek te maken. Ik werkte de komende anderhalve maand elke dag tot 2 uur ’s nachts door om niet alleen de teksten zo helder en volledig mogelijk af te werken maar ook om deze in een aantrekkelijke vorm te gieten. De eerste druk verscheen bij Academia Press in januari 2009 en in september 2011 komt al de vierde druk uit. Die is een heel pak dikker dan de eerste versie, want elke druk wordt uitgebreid met antwoorden op vragen van studenten die ik krijg tijdens mijn eigen lessen én tijdens de vele uitlegsessies die ik geef aan andere opleidingen aan andere onderwijsinstellingen.

GUIDO: Leuk ook dat Herr Seele de boel wou opvrolijken met illustraties.

Leen: Inderdaad. Herr Seele - mijn overbuur trouwens - heeft kleur in deze materie gebracht en zo bijgedragen tot het succes. Het boek heeft in april 2011 in De Singel in Antwerpen de gegeerde Prijs voor Bestvormgegeven Boek ontvangen, categorie Schoolboeken.

GUIDO: Kan je eens de korte inhoud of enkele ‘highlights’ geven?

Leen: Het handboek leert de studenten hoe ze eraan moeten beginnen. Eerst denken en structureren dus, dan pas schrijven. Daarna wordt de opbouw besproken: welke delen zijn onontbeerlijk en hoe moeten die worden opgebouwd. Vervolgens worden de taal en de stijl van een goed eindwerk besproken en in het laatste deel leg ik uit hoe een eindwerk moet worden opgemaakt zodat het uitnodigt om gelezen te worden. In de eerste bijlage pakken we enkele taalproblemen aan zoals vervoeging van werkwoorden en het gebruik van hoofdletters, en de tweede bijlage omvat een IOSSO-checklist die als het ware het volledige handboek samenvat. Indien studenten én promotoren deze checklist volgen, worden ongetwijfeld mooie en sterke eindwerken afgeleverd.

GUIDO: Welke studenten hebben baat bij dit boek?

Leen: Alle studenten, want iedereen zal een werk moeten maken: een bachelor- of masterproef, een vakoverschrijdend eindproject of hoe men het ook noemt.

GUIDO: Waarom koos je voor bekende academici als inleiders voor de verschillende drukken?

Leen: Aangezien ik zo veel mogelijk studenten wil bereiken om hen te helpen als ze eindwerken schrijven en aangezien ik graag netoverschrijdend werk, heb ik er bewust voor gekozen om enkele bekende academici - die op zich al uitmuntende schrijvers zijn - te vragen om mijn handboek in te leiden: Eva Brems van Universiteit Gent, Rik Torfs van Katholieke Universiteit Leuven en nu Jean Paul Van Bendegem van Vrije Universiteit Brussel. Hun inleidende teksten zijn stuk voor stuk pareltjes die het handboek diepgang en meer autoriteit geven. Ik ben er hen erg dankbaar voor.

Guido-Gids